Boyd Cohen en Rob Adams zijn op een missie. Genoeg over al die tech gedreven smart-city-talk, zeggen ze, we moeten een andere weg in. Slimme steden – smart cities – zijn nog steeds prima, maar wat de wereld echt nodig heeft is een focus op gelukkige steden. “Zelfs als we de bezoekers van het jaarlijkse smart city congres in Barcelona ernaar vragen – en dat hebben we gedaan – is het beeld meer dan duidelijk”, zegt Cohen. “Elk stadsbestuur heeft het over smart. Wat ze daarmee bedoelen: techniek, data, Internet of Things, sensoren, dat soort dingen. Maar wat mensen echt willen is natuur, schone lucht en sociale connecties. Niemand verlangt naar een technische stad.”

Een Eindhovenaar (Adams) en een wereldburger die zich genesteld heeft in Barcelona (Cohen) hebben hun afzonderlijke activiteiten aan elkaar gekoppeld en verkondigen nu samen de boodschap van de blije stad. “Elke stad wil slim zijn”, zegt Adams. “Maar wat we de afgelopen jaren hebben gezien, is dat die slimheid vooral door technologie gedreven werd. Dat noemen we Smart City 1.0. Later
veranderde dit in iets wat je Smart City 2.0 kunt noemen: tech-enabled, maar dan wel onder leiding van de stad, city-led. Nu denken we dat het tijd is voor de derde fase: smartness gebaseerd op co-creatie met de burger. Het is nog steeds slim, maar tech is gewoon een enabler waar nodig, in plaats van de belangrijkste driver. En zelfs deze versie van de slimme stad is nog niet af.”

Adams en Cohen zijn hun platform Happy Citizens begonnen als middel om het stadsconcept opnieuw tegen het licht te houden. “We passen design thinking toe om steden gelukkiger te maken. Wij geloven dat steden moeten worden ontworpen rond geluk, happiness, niet rond technologie of efficiëntie. We geloven in co-creatie van leuke, boeiende en gelukkige burgerruimtes, één project
tegelijk, één buurt tegelijk om de wereld weer gelukkig te maken.” Om dat te bereiken, hebben de twee hun eigen platforms, Cohen’s UrbanInnova en Adams’ Six Fingers samengevoegd.

De grote vraag voor Adams en Cohen is: wat zijn de nieuwe metrics van de gelukkige stad? Hoe kan je sturen op geluk? Om de belangrijkste elementen te vangen, hebben ze daarvoor de “Happy citizen hexagon” bedacht, een zeshoek die de belangrijkste drijfveren laat zien: Safe & healthy, Walkable & accessible, Clean & green, Shared Prosperity, Socially connected, Cultural & civic pride.

Om de relevantie van deze thema’s te laten zien, hebben Cohen en Adams een reeks aansprekende voorbeelden uit alle delen van de wereld. Oklahoma City, waar de burgers blij zijn 1% meer belasting te betalen om mee te mogen praten over wat er met het extra geld gedaan zou worden (“Bouw ons een basketbalstadion! Verbeter de parken!”). Niet toevallig veranderde de stad van een van de ‘dikste’ in de Verenigde Staten in een van de meest fitte. Of neem Medellin, waar de slechtste wijken het beste vervoerssysteem en de mooiste
bibliotheek kregen. Of Vancouver en Bologna, waar design thinking hen nu verandert in de groenste steden op aarde. Barcelona, vaak gebruikt als voorbeeldstad voor smart cities, heeft een FabLab ontwikkeld met veel open-source-initiatieven van onderaf die de wereld nu veroveren.

Maar ook dichter bij huis liggen de voorbeelden voor het oprapen: Vlaardingen wordt getoond voor haar aanpak om de eenzaamheid van haar burgers op te lossen door hen alle kansen te geven om daadwerkelijk bij te dragen aan een betere stad. “Het verbetert niet alleen de stad, maar ook de mensen die er leven”, zegt Cohen. En kijk naar Paris Plage, een initiatief van het stadsbestuur van Parijs dat de
stad niet alleen groener en schoner maakte (het uiteindelijke doel is een “post-carbon city”), maar ook de beste manier bleek om allerlei sociale activiteiten op te starten. Adams: “Er zijn altijd 1001 redenen om het niet te doen. Maar mensen genieten ervan, dus gebruik die ene reden om het toch te doen.” Cohen vult aan: “Wees een slimme stad door een gelukkige stad te zijn. Tech is geen oplossing voor eenzaamheid en het is niet de belangrijkste drijfveer voor de dingen die mensen het liefst willen.”

Tekst: Bart Brouwers
Beeld: Bart Brouwers