Je kunt alles worden wat je wilt, zei haar vader tegen Femke Halsema toen ze een tiener was. Die vrijheid neemt ze. Na een carrière in de politiek wil ze nog steeds een boodschap kwijt, die verkondigt ze nu in het theater. Halsema opent de DHW met het  theatercollege Een vrij land, waarin ze uitlegt dat Nederland best gelukkig is.

Halsema neemt stelling tegen het gevoel dat zij overal tegenkomt dat ons land bezig is om in zee te zakken, figuurlijk dan. Zo worden er tal van onoverbrugbare kloven gesignaleerd: tussen arm en rijk, hoog en laag opgeleid, digitaal en digibeet. “En de progressieve elite heeft het land uitverkocht aan de migranten. De gewone Nederlander blijft verweesd achter. We worden geïslamiseerd en homeopatisch verdund.”

Indruisen

Terwijl: het gaat alleen maar beter met ons land. Halsema haalt het laatste rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau aan, waaruit blijkt dat we ouder worden, gezonder, beter opgeleid. De misdaad neemt af. De grote meerderheid (85 procent) van de Nederlanders leeft in welvaart. Tachtig procent is trots op zijn land. 31 procent van de mensen denkt dat er teveel migranten zijn in Nederland,
tegen 49 procent in 1994.

Maar zoals de directeur van het SCP al signaleerde: de uitslagen van het onderzoek zijn contra-intuïtief. Dat wil zeggen dat ze indruisen tegen het gevoel dat breed leeft over de staat van het land. “Waarom klinkt dat ondergangsgeluid zo luid?”, vraagt Halsema zich af.

Ze vindt twee oorzaken: “Het is electoraal een zekere route naar succes. Maak de mensen bang en ze stemmen op je. Heel cynisch maar altijd effectief.” Voor het aanwijzen van de andere oorzaak laat ze filmbeelden zien van Thierry Baudet met zijn achterban, een zaaltje vol jongeren. Een toonbeeld van verveeldheid en decadentie, zegt Halsema. “Je hebt helden en poseurs: dat is het verschil tussen Piet Hein en Baudet.” Er dreigt geen ondergang in Nederland, onderstreept Halsema, er zijn alleen nogal trage veranderingen.

“Dat wakkert bij sommigen het verlangen aan naar een groots en meeslepend leven. Dit zijn jongeren die dan menen allerlei tradities te moeten beschermen: Pasen, vuurwerk, Zwarte Piet.”

Miserabel zelfbeeld

Waar de Nederlander wel aan lijdt is een gebrek aan trots, meent Halsema. “We hebben een zelfbeeld.” Ze verwijst naar de Iraks/Nederlandse schrijver Rodaan, die in de inburgeringstoets geen enkele trots op Nederland kon ontdekken: geen Van Gogh, Nachtwacht, molens of grachten. Wel: situaties waarin migranten een uitkering hebben en hoe ze daar mee omgaan. Rodaan zakte overigens voor zijn inburgeringsexamen, terwijl hij een letterenprijs ontving voor een boek dat hij in het Nederlands schreef.

Er is reden genoeg om trots te zijn, vindt Halsema: “In anderhalve eeuw tijd hebben we ons aan de haren uit het moeras getrokken van armoede en ongeletterdheid. Er is een enorme emancipatie geweest van arbeiders, vrouwen, homoseksuelen. Ik ben er trots op dat meer dan de helft van de Nederlanders vrijwilligerswerk doet. Dat een school met de bijbel vredig naast een coffeeshop kan functioneren. Dat we een partij hebben die ijvert voor een verbod op vissenkommen en dat een afbeelding van een bebloede tampon in een museum kan hangen.”

Dus het land is klaar, af, we leven lang en gelukkig? Nee, zo is het ook weer niet in Nederland volgens Halsema. “Nederland is niet altijd leuk, soms schuurt het. Vijf procent van de Nederlanders kan niet meekomen, heeft schulden en is ongeletterd. Zij worden gekrenkt. Soms gaan we niet één, maar tien stappen terug, als er apengeluiden worden gemaakt wanneer een zwarte politica aan het woord is, bijvoorbeeld. Of wanneer een politicus, onder het mom ‘de vervuiler betaalt’, een kopvoddentaks in te voeren. Op zo’n moment ben ik zelf even helemaal niet trots op mijn land.”

Een zeker onbehagen treft haar ook. “Ik zie vrouwen bij mij in de buurt, van top tot teen in het zwart, met wie ik geen contact kan krijgen. Ze bewegen zich schichtig. Bij de snackbar, waar veel Turken en Antillianen komen, krijg ik uitdagende blikken. Maar ik vraag me dan ook af: veranderen zij of verander ik? Toen ik vroeger in Enschede door bepaalde wijken fietste, voelde dat ook niet veilig.” Zachte krachten Halsema vertrouwt erop dat de ‘zachte krachten’ uiteindelijk zullen winnen: de redelijkheid, de grote meerderheid van Nederlanders die elkaar wel wil begrijpen en het goede wil doen.

Met de leraren, verzorgenden en de vrijwilligers in de voetbalkantine als ruggengraat. “Zoals Erasmus al zei: de kracht van Nederland ligt in zachtzinnigheid, welwillendheid en gematigdheid.”

Tekst: Debbie Langelaan
Beeld: Jean van Lingen