Ze kunnen vlijmscherp een Juf Ank neerzetten, het onderwijssysteem tot aan de enkels afbreken, de jeugd van tegenwoordig op de hak nemen. Maar altijd zetten ze er iets náást. Noem het begrip, een hart onder de riem of mededogen. Peter Heerschop en Marcel van Herpen laten het zien in de voorstelling ‘Heeft het onderwijs een vraag… Geluk geeft het antwoord’, waarmee ze de DHW afsluiten in
Tilburg.

De twee zijn onderwijsbeesten: Heerschop was ooit gymleraar in Almere, en heeft dat in zijn hoofd nooit losgelaten, ook niet als cabaretier. Van Herpen hielp ooit een basisschool in Boekel mee oprichten en heeft nog steeds tal van functies in de onderwijswereld. Ze weten dus waar ze het over hebben.

Wat brengen ze dan op de planken? Een les? Heerschop: “We hebben het eigenlijk nooit een naam gegeven. Het lijkt op cabaret, maar dan van de meest kritische soort. Het hoeft niet grappig te zijn, maar dat is het vaak toch.” Van Herpen: “Ja, omdat Peter grappig is!” Heerschop: “Omdat onderwijs vol zit met grappige situaties. Wij maken daar een soort belezen peptalk van, iets tussen cabaret en een TEDx in. Weet je wat: we noemen het Cabaretx.”

Herkenbaar

Iedereen heeft ooit met onderwijs te maken (gehad), dus de verhalen die Heerschop en Van Herpen in hun Cabaretx aaneen rijgen zijn altijd herkenbaar. Het schoolhoofd dat wordt bedolven onder circulaires uit Den Haag, de leerling die niet vooruit te branden is, de leraar die zich staande moet houden tegenover zeer assertieve ouders. Een beetje zoals in De Luizenmoeder, de populaire tv-serie die stoelt op diezelfde herkenbaarheid.

Ook Heerschop en Van Herpen smullen van de situaties in en rond De Klimop. Omdat ze niet alleen cabaretiers zijn maar ook een onderwijshart hebben, zetten ze er in hun eigen werk nog iets naast: ze willen laten zien hoe het wel kan, dat die luie leerling wél deugt,
dat je als school toch vrijheid van handelen hebt.

Hun belangrijkste boodschap is aan de leraar. Díe moet het doen. Hij/zij draagt in hoge mate bij aan het geluk van de leerlingen, en aan dat van zichzelf natuurlijk. Van Herpen: “Wij begrijpen dat zijn positie moeilijk is. Het systeem waarin hij moet opereren is soms ziekmakend, maar hijzelf is oké.” Heerschop: “Wij staan naast die leraar. We voelen hetzelfde: de druk waaronder hij moet functioneren en de schoonheid van het vak.”

Veranderingen

Wat is er eigenlijk mis aan het Nederlandse onderwijs volgens de twee? Heerschop: “We hebben natuurlijk nog steeds prima onderwijs,
zeker internationaal gezien. Maar de leraar krijgt grote veranderingen voor zijn kiezen: multiculturele klassen, de toegenomen mondigheid van leerlingen en ouders, de digitale ontwikkeling. Dat verandert de verhoudingen in het onderwijs, de leerkracht is zoekende hoe hij daarmee moet omgaan en het systeem loopt achter. Wij proberen hem te helpen.”

Hoe maakt de leraar de klas, en zichzelf, dan gelukkig? Van Herpen: “Het nieuwe leraarschap is dat je jezelf laat kennen. Een goede relatie met de leerlingen is de basis voor goed onderwijs. De leraar moet als mens voor de klas verschijnen. Een leerling wil maar één ding weten: wie ben jij?” Heerschop: “En daarbij mag je jezelf best eens wat minder serieus nemen en je kwetsbaar opstellen. Dat proberen wij zelf tijdens de voorstelling ook te doen.”

Vrijheid

Luisteren hoort bij dat nieuwe leraarschap. Heerschop: “Laatst zei een leerling tegen mij: ga jij dat maar eens doen, zeven keer per dag
schakelen . Van aardrijkskunde naar geschiedenis, naar wiskunde, naar wat dan ook. Zonder enige samenhang. Ja, dat lijkt me eigenlijk verschrikkelijk. Daar is iets mis mee.”

Relativerend: “Nou ja, over zulke zaken gaat het bij ons. Grote levensdingen. Eigenlijk raar dat wij geen ministers van Onderwijs zijn.”
Van Herpen: “Als minister heb je niet meer macht. De veranderingen vinden plaats in de klas. De leraar moet de vrijheid die hij echt wel heeft, veel meer gebruiken.”

Tekst: Debbie Langelaan