Eindhoven heeft 25 geluksplekken, waaronder de Philips Fruittuin aan de Oirschotsedijk. Op initiatief van het Parktheater en Fontys Hogescholen struinden studenten honderd nominaties af. ‘De Ambassade van Geluk’ selecteerde er in 2015 11 en in 2016 voegde zij er 14 aan toe. Elke plek laat je geluk ontdekken en je op een andere manier naar de stad kijken. Dit jaar gaat het initiatief verder in Tilburg. 

Je dag starten met een rondleiding door een boomgaard. Wandelen over het natte gras langs de appel- en perenbomen. Met een laagje mist hangend over het landschap waar de weinige zonnestralen van deze winter voorzichtig doorheen proberen te komen en schapen die je nieuwsgierig aankijken. Je waant je ineens mijlenver van de stad.

Dat is wat Anneke Faes, mede-eigenaar van de Philips Fruittuin, graag wil delen: deze plek
en haar liefde voor en kennis over alles wat er groeit en bloeit. We wandelen samen die dinsdagochtend eind januari door de Poort naar het Groene Woud, hoe de Fruittuin ook wel wordt genoemd. Ze geeft al jaren rondleidingen aan kinderen, ondernemers het maakt niet uit wie. “Dat dit in deze cybertijd hier zo dicht tegen een Hightechstad kan zijn, vind ik heel bijzonder.” Samen met haar eega Carlos Faes bestiert ze deze Paradijselijke Boomgaard al 26 jaar.

Ze vertelt over alles wat ze ziet en eerder zag. Zoals over de herder die ze laatst de nagels van de schapen zag knippen. Of over een rondleiding aan een groepje kinderen van de nabijgelegen internationale school. “Ik zei tegen ze dat ik hoopte die dag ook iets te leren. ‘Dus jullie moeten mij ook een beetje helpen.’ En dan zie ik een libelle, kom ik zogenaamd niet op het Engelse woord: ‘How do you call this insect?’ ‘A dragonfly’, roepen die kinderen. En dan zeg ik weer: ‘We call it libelle.’ En dan zegt er zo’n Portugees meisje: ‘In Portugal it is libélula that is almost the same.’ Ja, van zo’n moment kan ik zo genieten”, zegt ze kussend op haar vinger toppen.

Johan en Klaas zijn de snoeiers. Twee gepensioneerde mannen die al zo’n 16 – 17 jaar elke winter in de weer zijn met de appel- en perenbomen. Tot eind maart begin april, “dan begint de groei”. Kundig en behendig knippen ze de juiste ‘wat langere groeitakken’ eraf en laten ze de bloeitakken zitten. “We kennen alle bomen persoonlijk”, grapt Johan. Anneke vertelt dat Carlos de twee mannen elk jaar tussen kerst en nieuwjaar een weekje vrij wil geven. “Maar eigenlijk hebben ze daar dan niet zo zin in.” Johan: “Het is toch prachtig de natuur, de stilte om je heen. De snelweg hoor je wel maar dat vergeet je op een gegeven moment weer.” Door het snoeien leggen ze de basis voor het komend jaar, legt Anneke uit. “Het is zo’n fundamenteel werk en voor hen heel betekenisvol.”

“Eigenlijk is het wel heel apart dat wij hier als enige fruitteler zijn. Dit is zandgrond en helemaal niet geschikt voor fruit. De meeste fruitteeltbedrijven zitten in gebieden met klei- een leemgrond zoals de Betuwe, Limburg en Zeeland. Het is dankzij de familie Philips dat dit hier is.” In de jaren dertig van de vorig eeuw werd het door Philips aangelegd als werkverschaffingsproject zodat werknemers tijdens de crisisjaren aan het werk konden blijven.

Carlos Faes is fruitteler en startte zijn carrière op de loonlijst bij Frits Philips. Na drie maanden werd hij bedrijfsleider; zijn voorganger ging met pensioen. In die tijd was er alleen een klein winkeltje aan de andere kant van het erf, vertelt Anneke. Dat winkeltje was open als er appels waren. Waren ze weer op, dan was het winkeltje dicht. Dat was een van de eerste dingen die ze veranderden: het winkeltje zo inrichten dat het het hele jaar open kon zijn.

Tijdens de Dutch Happiness Week geeft Carlos Faes een workshop snoeien. Anneke: “Snoeien is een vak apart. Dat maakt het ook zo mooi omdat het door de ingrepen aan de boom je de productie verhoogt. Je knipt de kilo’s eraan.”

Ze voorzagen dat het anders moest want het bedrijf kostte toen meer geld dan dat het opleverde. Dus kwamen ze met een plan bij meneer Philips. Anneke: “De essentie van het plan was het bedrijf kleiner te maken, van 24 naar 12 hectare. En de producten voor de lokale markt te telen. Er ging toen best veel fruit naar de veiling, wat minder oplevert. Alleen met die perfecte appel met de perfecte kleur en precies de goede maat verdien je wat maar anders kun je het wel vergeten.”

“Meneer Philips juichte het plan toe en vroeg of we het voor eigen rekening wilden gaan doen. Dat had nog wel wat voeten in de aarde, we hadden beiden geen zak geld mee van thuis. Toen heeft meneer Philips zelf het eerste jaar garant gestaan. En zo zijn we als zelfstandig ondernemer begonnen.”

Inmiddels is de Fruittuin uitgebreid met een pannenkoekenhuis De Proeftuin, is de winkel een echte streekwinkel en is er een informatiecentrum PIT. Op alle daken zitten zonnepanelen. Als je zo natuurlijk mogelijk bezig bent, dan moet je dat in alles terugzien, vindt Anneke. Dus zijn ze zoveel mogelijk zelfvoorzienend in stroom. Er is geen webshop, wat Anneke nog wel even had overwogen. “We willen mensen een ervaring meegeven, dat ze zien waar die appel op hun pannenkoek vandaan komt. Dat ze vanuit de boomgaard zo het restaurant in kunnen lopen of de appel kunnen kopen in de winkel of in het najaar zelf plukken. Dat kan niet vanaf je beeldscherm.”

Tekst: Corine Spaans
Beeld: Marc van Beek