Waar de tijd stil staat, dichtbij huis of op verre plekken waar ik alleen of samen heen ga.

Geluk is thuis, met een boek in de bieb of een kop thee voor de buis,

zit verweven in een zelfgebreide trui en de geur van oma’s soep, op dat véél te kleine fornuis.

Geluk is van ons allemaal en helemaal alleen van mij, een persoonlijk paradijs,

niet gebonden aan tijd, is geluk een sleutel die iedereen bevrijd, zelfs zij die dat niet zijn.

En het is net zoveel van iedereen als het is van mij,

en gelukkig blijven, kun je álleen maar in complete tevredenheid.

Het is er altijd onverwachts, plotseling, of opeens,

het is de geur van pas gevallen regen, en zeuren over de door diezelfde regen verkregen doorweekte kleding op je fiets. Geluk is alles bij elkaar of een heel klein beetje van iets.

De afwezigheid van ellende en de aanwezigheid van het fijne, geluk verpakt het ongeluk gelukkig in het kleine. Het is het delen van mijn vrijheid met de hare of het zijne.

Geluk is soms heel veel en soms bedroevend weinig, maar een van die schaarse dingen die eerlijk verdeeld is over de armen en de rijken.

Geluk is er voornamelijk zodat we over ongelukkig zijn kunnen zeiken.

Geluk is geluk omdat je het ook zomaar kunt verliezen, en alleen te krijgen wanneer je voor gelukkig zijn durft te kiezen.

Bovenal blijft geluk een onzichtbare vorm van liefde die je ziet,

In je 3 honden, 10 katten, je levenspartner en soms zeer zeker ook niet.

In de 17 Noord-Oezbekistaanse grotmarmotten van je overbuurvrouw Griet, en Piet, je zoontjes’ 4-keer-vervangen-maar-niet-te-vervangen-huisparkiet.

Geluk heeft een kleur die je alleen met je ogen gesloten ziet.

Het is balans, tussen mij, gullie, d’n dieje, gij, en de rest. Het is elke dag behalve maandag en je gele lievelingvest.

Soms in je schoot geworpen, soms een zwaar gevecht,

geluk is los van alles en iedereen of juist ontzettend hecht.

Geluk staat iedereen perfect.

Maar gedragen door je dierbaren komt geluk, het állerbeste tot zijn recht.